• Snel
  • Persoonlijk
  • Helder en Resultaatsgericht

In het kort

Veroorzaakt een bedrijf brandschade maar biedt het geen verhaal, dan kan de bestuurder privé aansprakelijk zijn. Dat gebeurt als hem een “persoonlijk ernstig verwijt” treft, bijvoorbeeld door geen verzekering te regelen die het risicovolle werk dekt. Een recente uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant laat zien hoe dat uitpakt.

Wat was er aan de hand?

Tijdens dakwerk met open vuur ontstond brand op het dak van een woning, met een schade van ongeveer € 350.000. De opstalverzekeraar van de woning (de verzekeraar van het gebouw zelf) keerde uit aan de bewoners en wilde dat geld terughalen bij de partij die de schade veroorzaakte: het dakdekkersbedrijf.

Maar dat bedrijf bood geen verhaal. Sterker nog: de aansprakelijkheidsverzekering van het bedrijf weigerde dekking, omdat in de polis een uitsluiting stond voor “brandgevaarlijke werkzaamheden” (uitsluitingsclausule 672). Het bedrijf deed dus juist het werk waarvoor het níét verzekerd was.

Toen de verzekeraar geen verhaal vond op het bedrijf, sprak zij de voormalig bestuurder persoonlijk aan. De rechtbank Oost-Brabant gaf haar op een belangrijk punt gelijk (ECLI:NL:RBOBR:2025:5452).

Waarom werd de bestuurder persoonlijk aansprakelijk?

De kern: een bestuurder van een bedrijf dat duidelijk risicovol werk doet, moet zorgen voor een verzekering die dat werk ook echt dekt. Doet hij dat niet, dan kan hem daarvan een “persoonlijk ernstig verwijt” worden gemaakt, en dat is de sleutel tot privé-aansprakelijkheid.

De rechtbank redeneerde dat een professioneel bedrijf dat brandgevaarlijk werk uitvoert, in beginsel een deugdelijke aansprakelijkheidsverzekering hoort te hebben. Zo is er een vangnet als het bedrijf zelf de schade niet kan betalen. Het regelen daarvan is een taak van de bestuurder.

De bestuurder verweerde zich met: “Ik vroeg mijn tussenpersoon om een verzekering en vertrouwde erop dat het goed zat.” Dat hielp hem niet. Volgens de rechtbank had hij de polis kunnen en moeten lezen. Daarin stond in duidelijke taal dat schade door brandgevaarlijk werk was uitgesloten. Een eventuele fout van de tussenpersoon kan bovendien niet worden tegengeworpen aan de verzekeraar die de schade verhaalt.

Let op één belangrijke nuance: dit is een tussenuitspraak. Of de bestuurder uiteindelijk moet betalen, hangt er nog van af of komt vast te staan dat de brand écht door het dakdekkerswerk is ontstaan. Die discussie over de brandoorzaak loopt nog (ECLI:NL:RBOBR:2026:668). Stand van zaken: de procedure loopt nog; deze blog beschrijft het principe uit de uitspraak, niet de einduitkomst.

Bestuurdersaansprakelijkheid en brandschade: vier leerstukken in één zaak

Voor wie de techniek wil zien: deze zaak is juist interessant omdat vier leerstukken samenkomen.

1. Subrogatie (art. 7:962 BW). De verzekeraar procedeert niet voor zichzelf, maar treedt in de rechten van haar verzekerden (de bewoners). Daardoor verschuift de relevante vraag van “had het bedrijf een plicht jegens de verzekeraar?” naar “was het bedrijf tegenover zijn klant gehouden zich deugdelijk te verzekeren?”. Dat laatste werd bevestigend beantwoord.

2. Onrechtmatige daad van het bedrijf (art. 6:162 BW) en NEN 6050. De gestelde onrechtmatigheid zit in het schenden van de norm voor brandveilig werken met open vuur op daken (NEN 6050): te dicht bij de dakrand en de lichtkoepel branden, het dak te vroeg onbeheerd achterlaten en geen blusmiddelen binnen bereik. Of die schending de brand veroorzaakte, is nog onderwerp van deskundigenbewijs.

3. Bestuurdersaansprakelijkheid en het persoonlijk ernstig verwijt. De drempel is hoog. De rechtbank toetst aan de bekende arresten Ontvanger/Roelofsen (HR 2006) en RCI/Beckers (HR 2014): een bestuurder is pas persoonlijk aansprakelijk als hij wist of behoorde te begrijpen dat zijn handelwijze ertoe zou leiden dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen én geen verhaal zou bieden.

4. De verzekeringsplicht als zelfstandige grond. Het verfrissende is dát die hoge drempel hier wordt gehaald op één concrete grond: het niet zorgen voor een dekkende verzekering. Veelzeggend is wat níét meetelde: dat de bestuurder niet meewerkte aan het onderzoek en zijn bedrijf overdroeg aan een dubieuze buitenlandse partij, vond de rechtbank onvoldoende onderbouwd om tot aansprakelijkheid te leiden. De aansprakelijkheid hangt dus volledig aan het dekkingsgat, niet aan het latere ontwijkgedrag.

De bredere les: het dekkingsgat bij “brandgevaarlijk werk” wordt vaak onderschat. Veel bouw-, dak- en installatiebedrijven hebben een polis die hot works uitsluit, of die alleen dekt onder strikte voorwaarden zoals een brandwacht en blusmiddelen volgens NEN 6050. Wie dat over het hoofd ziet, riskeert niet alleen een onverzekerde bedrijfsschade, maar, zoals deze zaak laat zien, een privé-aanspraak van honderdduizenden euro’s.

Heb je letsel opgelopen bij een ongeval en wil je weten of wij jou kunnen helpen? Neem dan vrijblijvend contact op. Het eerste gesprek is kosteloos en wij reageren altijd binnen 24 uur.

📞 Bellen: 013 2088 038    📱 WhatsApp: 06-21152677   

✉️ Mail: wouter@muntenletselschade.nl

FAQ

Veelgestelde vragen

In principe niet: een BV beschermt je juist tegen privé-aansprakelijkheid. Dat verandert pas als je een “persoonlijk ernstig verwijt” treft. Het niet afsluiten van een dekkende aansprakelijkheidsverzekering voor evident risicovol werk kan zo’n verwijt opleveren.

Een dekkingsgat is een situatie waarin je denkt verzekerd te zijn, maar de polis de schade juist uitsluit. Een klassiek voorbeeld is de uitsluiting van “brandgevaarlijke werkzaamheden” bij een bedrijf dat juist met open vuur werkt. Lees daarom altijd de uitsluitingsclausules in je polis.

Vaak wel, als de aannemer onzorgvuldig heeft gehandeld en daardoor de schade is ontstaan. Biedt het bedrijf geen verhaal, dan kan onder omstandigheden de bestuurder persoonlijk worden aangesproken. Een goede toedrachtsanalyse en het tijdig vastleggen van de situatie zijn daarbij cruciaal.

Een fout van de tussenpersoon kun je niet tegenwerpen aan de partij die jouw schade verhaalt. Je kunt de tussenpersoon mogelijk wel apart aansprakelijk stellen, maar dat is een aparte procedure en lost je aansprakelijkheid naar buiten toe niet op.

Tot slot

Deze uitspraak laat scherp zien dat de bescherming van een BV niet onbegrensd is. Wie risicovol werk laat uitvoeren, moet zorgen voor een verzekering die dat werk ook echt dekt, anders kan een bestuurder er privé voor opdraaien.

En dat raakt ook de letselschadepraktijk. Datzelfde principe kan namelijk spelen als een aansprakelijk bedrijf geen verhaal biedt: dan is soms de vraag of de bestuurder persoonlijk kan worden aangesproken. Zeker na een bedrijfsongeval, waarbij een werkgever de letselschade moet vergoeden, is dat een belangrijke vraag.

Voor ondernemers is de les: lees je polis en let op de uitsluitingen. En loop je zelf letsel op terwijl de aansprakelijke partij geen verhaal lijkt te bieden, geef dan niet te snel op, vaak is er meer mogelijk dan het lijkt.

 

Heb je letsel opgelopen bij een ongeval en wil je weten of wij jou kunnen helpen? Neem dan vrijblijvend contact op. Het eerste gesprek is kosteloos en wij reageren altijd binnen 24 uur.

📞 Bellen: 013 2088 038    📱 WhatsApp: 06-21152677   

✉️ Mail: wouter@muntenletselschade.nl

Wouter Munten, LSA-letselschade advocaat

Geschreven door mr. Wouter Munten

Advocaat sinds 2010, gespecialiseerd in letselschade. Oprichter van Munten Letselschade Advocatuur. lid van de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA-keurmerk), Grotius specialisatieopleiding Personenschade. Ingeschreven in het tableau van de Nederlandse orde van advocaten onder nummer A25141. Kantoor in Oisterwijk, werkgebied Noord-Brabant.

LinkedIn

Bronnen

Gerelateerde onderwerpen